Tekst door Isabelle Snaauw, Foto's door Fabian Landewee
Tekst door Isabelle Snaauw, Foto's door Fabian Landewee
‘Door onze krachten te bundelen, kunnen we niet alleen dóen, maar ook begrijpen wat werkt, en waarom'
In Nederland ligt een van de grootste opgaven van de energietransitie in de verduurzaming van woningen. Hoewel een groeiende groep huishoudens al investeert in energiebesparende maatregelen, twijfelt een deel nog. Wat zijn effectieve manieren om ook hen te stimuleren de stap te zetten? Dit is de vraag waarop de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en Regionaal Energieloket (REL) samen het antwoord proberen te vinden, in het kader van Align4Energy.
Gedragseconomische inzichten toepassen
Floris van Montfoort, Postdoctoraal onderzoeker energie- en gedragseconomie bij de VU, legt uit: ‘Binnen Align4Energy onderzoekt de VU hoe inzichten uit de gedragseconomie kunnen bijdragen aan de verduurzaming van woningen. We willen begrijpen waarom huishoudens bepaalde keuzes wél of juist niet maken, en hoe we hen kunnen stimuleren om duurzame stappen te zetten. Op basis van die inzichten kijken we hoe we verduurzamingsmaatregelen zo kunnen vormgeven dat huishoudens toegankelijker, eenvoudiger en met meer vertrouwen een keuze kunnen maken die bij hen past.’
Van onderzoek naar praktijk
Regionaal Energieloket speelt een belangrijke rol door de wetenschappelijke bevindingen in de praktijk toe te passen. ‘REL ondersteunt gemeenten bij de uitvoering van verduurzamingsbeleid, waaronder het Nationaal Isolatieprogramma en de aanpak van energiearmoede. Daarnaast biedt REL bewoners informatie, advies en praktische ondersteuning bij energiebesparende maatregelen. Esmé Paagman, communicatieadviseur bij REL, vertelt: ‘Wij werken samen met gemeenten en bewoners om verduurzamingsmaatregelen toegankelijk te maken. Dit doen we onder andere via een digitaal platform, het energieloket. En via gerichte projecten waarbij we woningeigenaren koppelen aan vakspecialisten voor maatregelen zoals isolatie, zonnepanelen en warmtepompen. Huurders helpen we met kleine maatregelen, zoals het zuinig inregelen van de radiatoren en het plaatsen van tochtstrips en radiatorfolie.’
Een van de grootste uitdagingen voor REL is het activeren van inwoners om daadwerkelijk actie te ondernemen. ‘Verduurzaming is financieel aantrekkelijk, zeker met beschikbare subsidies, maar veel huishoudens blijven toch terughoudend. Dat komt door verschillende barrières’, zegt Paagman. ‘Hoge investeringskosten en de complexiteit van subsidies, informatie-overload (niet weten waar te beginnen vanwege de vele opties), gedoe rondom verduurzamingsmaatregelen (bijvoorbeeld het opruimen van de zolder om het dak te isoleren) en gebrek aan kennis over de voordelen zijn veelvoorkomende barrières. En de transitie is ook sociaal: mensen kijken naar anderen om hen heen, en passen op basis daarvan hun gedrag aan. De samenwerking met de VU biedt een unieke kans om deze obstakels te begrijpen en te verhelpen.’
Floris van Montfoort
Esmé Paagman
Gedragsbarrières doorbreken met gepersonaliseerde nudges
Om dit te doorbreken, worden zogenaamde ‘nudges’ ingezet: subtiele gedragsprikkels die mensen in de gewenste richting sturen. Paagman: ‘In samenwerking met de VU testen we bijvoorbeeld gepersonaliseerde communicatie via brieven die gemeenten sturen. We proberen met deze brieven in te spelen op de specifieke motivaties van huishoudens, zoals comfort, kostenbesparing of het collectieve belang van verduurzaming.’
Paagman benadrukt daarbij het belang van begrip en handelingsperspectief: ‘Mensen moeten duurzaamheidsmaatregelen begrijpen, kunnen én willen. Pas als aan al die voorwaarden wordt voldaan, kunnen we echt beweging creëren.’
Binnen het team aan de Vrije Universiteit Amsterdam onderzoeken twee promovendi, Marjan Nikoloski en Louison Thépaut, ‘persona’s’. Dit zijn archetypes van verschillende soorten huishoudens met specifieke kenmerken, voorkeuren en motivaties. Door te begrijpen wat hen drijft, kan een duurzaamheidsboodschap beter worden afgestemd.
Van Montfoort: ‘Marjan heeft in een studie de persona’s geïdentificeerd op basis van een nationale vragenlijst. Deze persona’s worden toegepast bij het personaliseren van brieven als onderdeel van het Nationaal Isolatieprogramma van gemeenten. Deze gepersonaliseerde aanpak wordt nu in meerdere gemeenten getest om te zien of het tot hogere aanmeldingsbereidheid leidt.’
Leren wat werkt
Deze aanpak biedt VU en REL de kans om beter te begrijpen wat wel en niet werkt bij de implementatie van gemeentelijke verduurzamingsprogramma’s. Paagman: ‘Dat is voor ons belangrijk, want het levert wetenschappelijk onderbouwde inzichten op die we kunnen opschalen. Zo kunnen andere gemeenten dezelfde methodiek gebruiken en vergroten we de maatschappelijke impact.’
‘De samenwerking tussen wetenschap en praktijk is daarin cruciaal’, vult Van Montfoort aan. ‘Door onze krachten te bundelen kunnen we niet alleen dóen, maar ook begrijpen wat werkt en waarom. Samen zetten we wetenschappelijke pilots op met controlegroepen, zodat we het effect van maatregelen écht kunnen meten. Dat gebeurt in veel andere testprogramma’s nog nauwelijks.’
‘Er is dus sprake van echte co-creatie: we denken samen na over de aanpak en hoe we die evalueren. De VU brengt onderzoekskennis mee, en REL weet juist veel over het bereiken van huishoudens en wat er in de praktijk werkt. We vullen elkaar daarin heel mooi aan.’
Een positief toekomstperspectief
De samenwerking tussen de VU en REL biedt een veelbelovende kijk op de toekomst van de verduurzaming van woningen. Door wetenschappelijk onderbouwde inzichten toe te passen en tegelijkertijd de praktische ervaring van REL te benutten, worden er stappen gezet om de energietransitie sneller en effectiever te maken.
Van Montfoort: ‘Er lopen momenteel meerdere projecten waarin we samen met gemeenten onderzoeken hoe subsidieprogramma’s en ondersteuning van huishoudens het beste kunnen worden ingericht. Dit omvat onder meer een studie met een steekproef van tienduizend brieven en een pilot rond een online adviestool voor woningverduurzaming. De inzichten die hier in de loop van 2026 uitkomen, delen we samen met REL met andere gemeenten, zodat steeds meer huishoudens én gemeenten kunnen profiteren van wat we leren.’
Paagman benadrukt dat samenwerking hierbij essentieel blijft: ‘Samen hopen we niet alleen meer huishoudens te bereiken, maar ook belangrijke lessen te leren die kunnen helpen om verduurzaming op grotere schaal mogelijk te maken. Gemeenten kunnen leren van onze inzichten, en lokale partijen hoeven niet steeds zelf het wiel opnieuw uit te vinden.’ aldus Paagman.
Ook Van Montfoort is optimistisch over de toekomst: ‘We staan voor een grote uitdaging, maar door samen te werken en van elkaar te leren, kunnen we de energietransitie versnellen en verduurzaming voor iedereen toegankelijk maken.’
Floris van Montfoort en Esmé Paagman